Naar aanleiding van de 200ste verjaardag van de slag bij Bautzen later dit jaar, organiseerden de Stippies een Refight. Negen spelers traden aan om het bevel te nemen over meer dan drieduizend 28mm figuren. Aan geallieerde kant: Jürgen (Miloradovich), Bart (Blücher), Mark (York) en Erik (Barclay de Tolly). Aan Franse kant: Willie (MacDonald), Dirk (Oudinot), Arne (Marmont), Celle (Bertrand) en Frederik (Lauriston).

Anders dan historisch hadden de geallieerden hun redoutes vooral in de zuidelijke sector geconcentreerd. En dit bleek net de sector te zijn waarin de Fransen hun hoofdaanval gepland hadden. De Fransen wachtten niet op de komst van Ney en Lauriston in de noordelijke flank van de geallieerden om op de vijandelijke lijnen in te beuken. Keer op keer werden de aanvallen afgeslagen. Uiteindelijk werden ook de Jonge Garde, de Oude Garde en zowat alle cavalerie ingezet in een poging om een doorbraak te forceren. De geallieerden moesten op verschillende plaatsen terugwijken, maar hun lijn bleef intact.

Toen de troepen van Lauriston eindelijk verschenen in de noordelijke sector, waren de geallieerde linies nergens doorbroken. De Franse garde en de Franse cavalerie hadden wel aanzienlijke verliezen geleden – iets wat de Fransen zich historisch – zeker op dat ogenblik – niet konden veroorloven.
Net als tweehonderd jaar eerder, beschikten de geallieerden nog over voldoende cavalerie om hun aftocht te dekken. Alhoewel de Fransen een tactische overwinning konden claimen (niet echt verwonderlijk met een infanterieoverwicht van 2:1) waren de geallieerden de overwinnaars op strategisch vlak. Het geallieerde leger was intact gebleven. Door de zware verliezen bij de Franse garde en de cavalerie, zou het nog neutrale Oostenrijk meer geneigd zijn om zich bij de geallieerden aan te sluiten.