Begin maart 1412 braken vier legers hun kamp op om een veldtocht te beginnen. Het leger van Walter de Kat trok van Brugse Vrije naar Nieuwpoort. Het leger van Willem van Langemeersch en Marecel van Nieuwpoort organiseerde een chevauchee naar Kassel. Het leger van Joris van Beveren trok vanuit Aalst Boelare binnen. Het leger van Erik met de Baard trok plunderend van Schorisse naar Gavere.

April 1412 bleek een cruciale maand te zijn voor de strijd om de gravenkroon in Vlaanderen. Op enkele weken tijd werden drie Beren uitgeschakeld. Walter de Kat sloeg het beleg voor het kasteel van Nieuwpoort. De beruchte Grote Bombarde werd met veel trompetgeschal en vlaggengezwaai opgesteld. De aanblik van het gevaarte had een demoraliserend effect op het garnizoen van Nieuwpoort, dat het zonder de kasteelheer moest stellen. De eerste dag van het bombardement hielden de verdedigers nog dapper stand, maar de tweede dag werd er een bres in de muren geschoten en legde het garnizoen de wapens neer.

De triomf van Walter de Kat was evenwel van korte duur. Marecel van Nieuwpoort had weliswaar zijn leger ontbonden en was voor onbepaalde tijd op reis vertrokken naar een eilandengroep aan het ander end van de wereld, maar Willem van Langemeersch sloeg het beleg voor de burcht van Kassel. Een nachtelijke uitval van het garnizoen, waarbij geprobeerd werd om het geschut van Willem te vernietigen, liep fataal af. De belegeraars waren op hun hoede en de mannen van Kassel werden met grote verliezen teruggeslagen. In de chaos van de nachtelijke strijd konden enkele ridders uit Loo het kasteel binnendringen. De burcht werd in brand gestoken. Het leger van Walter de Kat desintegreerde en de eens zo trotse edelman moest – o ironie – vermomd als geestelijke naar Frankrijk vluchten.

Ondertussen stond het leger van Joris van Beveren voor het kasteel van Boelare. Heer Erik was zich ervan bewust dat zijn leger te klein was om de troepen van Beveren in een open veldslag te verslaan. Hij trachtte Joris weg te lokken door een chevauchee in de richting van Gent te organiseren. Dat maakte evenwel weinig indruk. Joris zette de belegering voort. De poorten van het kasteel werden met een zwaar kanon vernield, en het handvol verdedigers gaf zich over. Joris nam zijn intrek in het kasteel van Boelare.

DE SLAG BIJ DE HEULEBEEK (leen van Rumbeke), 7 JULI 1412

De strijd concentreerde zich nu op het kasteel van Rumbeke. Joris van Beveren trok plunderend door Schorisse en Zulte, terwijl Willem zich naar zijn familieslot haastte. Beide legers ontmoetten elkaar aan de oevers van de Heulebeek. Willem was door zijn eclaireurs gewaarschuwd en stelde tegenover de ontplooide strijdmacht van Joris zijn troepen als volgt op:

                                               Ruiterij

Heerban Beveren     Artillerie     Cornish Legion

Eclaireurs     Artillerie     Heerban Rumbeke

Het leger van Beveren had zich nog maar in beweging gezet, of de militietroepen van Beveren werden geconfronteerd door een felle charge van de éclaireurs, die aangevoerd werden door Pieter de Zon en Hendrik de Rode. De Aalsterse stadsmilitie, die de klap moest opvangen, verweerde zich dapper maar moest grote verliezen incasseren. Een nieuwe aanval van de éclaireurs brak de Aalsterse linies, en kort daarop werden de Gentse piekeniers ook in de pan gehakt.

Ondertussen was de aanval op de Beverse linkerflank helemaal vastgelopen. De Engelse boogschutters belemmerden de beweging van de Beverse ruiterij. Een kapitein van de Engelse boogschutters werd onthoofd door een vijandelijke kanonbal. De aanvoerder van de Beverse ruiterij onderging hetzelfde lot.

Uiteindelijk werd de veldslag beslist op de Beverse rechterflank, waar de ene militie-eenheid na de andere in de pan werd gehakt door de éclaireurs. De hele vleugel desintegreerde, waarop Joris in allerijl het slagveld verliet. De éclaireurs hadden verschrikkelijke verliezen geleden, en zowel Pieter de Zon als Hendrik de Rode behoorden tot de gesneuvelden. Maar ze waren onmiskenbaar de grote overwinnaars van de slag bij de Heulebeek.

Joris keerde terug naar zijn kasteel en plande al meteen een nieuwe campagne tegen Rumbeke. Willem van Langemeersch trok plunderend door de landen van Dendermonde en Aalst, maar begreep dat het jaar al te ver gevorderd was om Beveren nog in te nemen. Op het einde van de herfst ontbond hij zijn strijdmacht en keerde hij naar Rumbeke terug.

Twee Beren stonden nu nog tegenover elkaar. 1413 kondigde zich aan als het jaar van de beslissing.