IN DE WINTER VAN 1410-1411 werden een aantal territoriale wijzigingen doorgevoerd. Daarbij viel vooral de gebiedsuitbreiding van Willem van Rumbeke op, die door giften en aankoop zijn grondgebied verdubbelde.
In BRUGGE werd Walter van Kassel ingehuldigd als nieuwe hoofdman van de stad. De lenen WINGENE en DEINZE werden dode lenen. In AALST werd Joris van Beveren ingehuldigd als nieuwe hoofdman. De lenen GAVERE en ZOTTEGEM werden dode lenen.
BELLE werd door Walter van Kassel overgedragen aan Willem van Rumbeke, als dank voor zijn deelname aan de campagne van het voorbije jaar. AARDENBURG werd door Vincent van Lovendegem aan Willem van Rumbeke verkocht voor 5000 VP. WIJNENDALE werd door Joris van Beveren aan Willem van Rumbeke verkocht voor 3000 VP.

VERANDERING VAN PARTIJ
De Bourgondische Partij leed vorig jaar in de slag bij Deinze een nederlaag. Wie dacht dat dit het einde van de Bourgondische invloed was, kwam evenwel bedrogen uit. Tijdens de wintermaanden stapten niet minder dan vier Beren over van de Franse Partij naar de Bourgondische Partij. Het ging om de heren van Rumbeke, Nieuwpoort, Boelare en Beveren.
Walter de Kat, die al voorbereidingen aan het treffen was om zich tot graaf van Vlaanderen te laten kronen, bleef als enige Fransgezinde over. Ondank is ’s Werelds Loon, moet hij gedacht hebben, want hij had net Belle aan de heer van Rumbeke overgedragen. Zijn strijdmaker van het slagveld van Deinze keerde zich nu tegen hem! Rumbeke kwam nu samen met Joris van Andalusiën naar voren als sterke man van het Bourgondische kamp.

MAART-APRIL 1411
Het leger van Kassel verzamelde zich in het Brugse Vrije van waaruit het zowel Nieuwpoort als Rumbeke kon bedreigen. De heer van Rumbeke verzamelde zijn leger in Belle. Zijn plannen richtten zich duidelijk op Kassel. De heer van Nieuwpoort verzamelde zijn leger, dat door het aanwerven van grote aantallen huurlingen zeer sterk was, in zijn eigen leen.
In de lente bewoog het leger van Kassel vanuit Brugge over Wijnendale naar Rumbeke. Beide lenen werden geplunderd. Ondertussen bewoog van leger van de heer van Rumbeke van Belle over Ieper naar de thuisbasis in Rumbeke om een belegering van het kasteel te voorkomen.

DE SLAG BIJ RUMBEKE (22 april 1411)
Walter van Kassel had zijn heerban (onder Abraham van Saksen) links opgesteld en de Blauwe Compagnie van Jan de Leeuw in het midden. Walter stond zelf op de rechterflank met twee eenheden ruiterij.
Willem van Langemeersch had zijn heerban rechts opgesteld (zodat die tegenover de heerban van Kassel kwam te staan) en de Engelse compagnie links. De enige ruitereenheid van Willem stond tegenover de ruiterij van Kassel.

Heerban Rumbeke Engelse Comp Ruiters

Heerban Kassel Blauwe Comp Ruiterij Kassel

Willem rekende op zijn veteran longbowmen om de slag te winnen. Zijn enige bekommernis was zijn linkerflank, waar zijn ruiterij sterk in de minderheid was tegenover de ruiterij van Kassel. Willem hoopte door een stoutmoedige charge de vijandelijke ruiterij te neutraliseren. De charge van de Rumbeekse ridders eindigde evenwel in een catastrofe. De Rumbeekse ruiters vluchtten weg van het slagveld. Dat gaf Willem de gelegenheid om met twee ruitereenheden op de linkerflank van Willem in te beuken.
Alhoewel de Engelse longbowmen ondertussen al flink wat verliezen hadden toegebracht aan het voetvolk van Walter van Kassel, werd de slag beslist door enkele gedurfde charges van Walter de Kat en zijn cavalerie. Het leger van Willem werd verslagen en na de slag verschanste Willem zich met een handvol getrouwen in zijn kasteel.
Walter de Kat hield aan de slag een gebroken neus over, en ook een deel van zijn linkeroor werd afgehakt. “Een echte kater verliest al eens een stukje van zijn oor,” grapte de Kasselse edelman die zijn goed humeur duidelijk helemaal teruggevonden had.
Nicolas II, de nieuwe bisschop van Gent, die op het slagveld aanwezig was om de mannen van Willem aan te moedigen, maakte zich snel uit de voeten toen duidelijk werd dat Kassel de slag zou winnen. De bisschop was duidelijk niet van plan om het lot van zijn voorganger te ondergaan.

MEI 1411
Het leger van Nieuwpoort had ondertussen de streek van Brugge geplunderd en was naar Wijnendale gemarcheerd. Nu trok de schitterende strijdmacht met roffelende trommen en ontplooide vaandels naar Rumbeke. Ze vonden daar evenwel slechts smeulende kampvuurtjes. Het leger van de Heer van Kassel was naar Wingene getrokken. Gelukkig werden de mannen van Nieuwpoort gastvrij onthaald door Willem van Langemeersch. Hij liet koffiekoeken en warme chocomelk aanrukken.

DE SLAG BIJ MELLE (20 mei 1411)
In het oosten van het graafschap waren de Gentenaars na een chevauchée naar Moerbeke naar hun thuisstad teruggekeerd. De legers van de heren van Beveren en Boelare hadden zich ondertussen in Dendermonde verenigd. Van daaruit trokken ze naar Gent. Op een meers in Melle, in het leen van Gent, werden ze op 20 mei opgewacht door het Gentse leger onder Vincent en Jorg. De verenigde troepenmachten van Beveren en Boelare hadden een zeer groot numeriek overwicht. De Gentenaars konden wel rekenen op de éclaireurs van Pieter de Zon die aan Jorg en Vincent verslag uitbrachten over de opstelling van de vijandelijke troepen.

Ruiterij
Heerban Boelare Artillerie Compagnie Mixte Heerban Beveren

Compagnie De Lalaing Gentse Heerban Gentse Ruiterij

De Gentenaars waren niet alleen in de minderheid, maar de artillerie van de heer van Boelare schoot bovendien grote gaten in de Gentse linies. Een deel van de Gentse militie, nochtans schitterend uitgedost in nieuwe zwartwitte tunieken, viel terug. Dat was het sein voor het indrukwekkende leger van Beveren en Boelare om op te rukken. Maar toen deze troepen bijna de Gentse linies bereikt hadden, keerden de krijgskansen. De Gentse ruiterij verjoeg de ridders van Beveren, en de éclaireurs van Pieter de Zon stortten zich op de militie van Dendermonde, die volledig in de pan gehakt werd. Daarna ontwikkelde zich een verward gevecht, waarin beide zijden dapperheid en standvastigheid toonden. Lange tijd zag het ernaar uit dat de Gentenaars alsnog de slag zouden winnen. Maar uiteindelijk gaf het numeriek overwicht van Beveren en Boelare de doorslag. De slag werd beslist toen Erik met de Baard aan het hoofd van de militie van de baronie van Boelare door de verzwakte Gentse linies brak. De restanten van het Gentse leger vluchtten weg. Jorg en Vincent trokken ijllings naar Gent waar ze de stad in gereedheid brachten voor een nieuw beleg.

DE INNAME VAN GENT (19 juli 1411)
De Gentse militie had in de slag bij Melle zware verliezen geleden en er was nauwelijks nog volk te vinden om de muren van de stad te bemannen. Bovendien ontplooide de Heer van Boelare zijn indrukwekkende artillerie. Hij beschikte over niet minder dan negen stukken om de stad te bestoken, waaronder enkele kanonnen van zwaar kaliber. Gedurende de gehele maand juni hielden de Gentenaars stand. De bressen in de muren werden haastig opgevuld en de uitgeputte Gentenaars bleven met de moed der wanhoop hun posten verdedigen. Verdere bombardementen gedurende de gehele juli-maand beslisten uiteindelijk over het lot van de stad: op 19 juli stortte één van de stadspoorten in, en de troepen van Boelare en Beveren trokken triomfantelijk de stad binnen. De Heer van Beveren slaagde erin om zijn troepen in de hand te houden, zodat Gent niet werd geplunderd. In de stad werd de jonge Vincent aangetroffen. De Heer van Beveren bracht hem naar de Sint Pietersabdij met opdracht aan de abt om voor de jongeling te zorgen tot er over zijn lot zou beslist worden. Naar verluidt zou hij naar Aksel worden gebracht, waar hij zou opgroeien onder een door de Heer van Beveren aangestelde voogd. Van Jorg werd niets meer vernomen. Volgens sommige geruchten zou hij naar Noorwegen of Schotland gevlucht zijn.

EEN NIEUWE SITUATIE
De manschappen van Beveren en Boelare waren niet weinig verbaasd toen er op 29 juli plots weer alarm geslagen werd. Inderdaad: het leger van de heer van Kassel was, na een mars door het Brugse Vrije, in Deinze verschenen. Het zag ernaar uit dat de heer van Nieuwpoort de achtervolging had opgegeven, want deze was over Wijnendale naar zijn thuisburcht en dan verder naar Damme gemarcheerd.
De heren van Kassel en Beveren gingen evenwel de confrontatie uit de weg: Walter trok naar Zulte, terwijl de heren van Beveren en Boelare een plundertocht tegen Aksel organiseerden.

HERFST 1411

Tijdens de herfst van 1411 probeerde Walter van Kassel alsnog het kasteel van Rumbeke in te nemen door een verrassingsaanval vanuit Zulte. De heer van Rumbeke bracht zijn burcht in allerijl weer in staat van verdediging. De belegering door Kassel moest evenwel na korte tijd worden opgeheven, omdat de heer van Nieuwpoort met een ontzettingsmacht tot in Wingene was genaderd. Walter trok zich terug naar het leen van Ieper, dat geplunderd werd.

Ondertussen trok Joris van Andalusiën met de troepen van Beveren en Boelare door de noordoostelijke lenen van het graafschap, waar hij nu de onbetwiste heerser is.

Bij het invallen van de winter werden alle legermachten ontbonden. Voor de heer van Nieuwpoort was dit een bitter moment: hij had het gehele jaar rondgetrokken met een schitterend leger, zonder dat hij Walter Le Chat tot een veldslag had kunnen dwingen. De Kat van Kassel had zijn bijnaam alle eer aangedaan: hij liet zich niet in het nauw drijven.