CHEVAUCHEE – De campagne begon met een chevauchee van de Fransgezinde partij. Een leger onder Walter van Kassel en Willem van Langemeersch trok plunderend door de lenen Wingene en Deinze. Het leger van de Bourgondische partij, dat zich in Aalst verzameld had, haastte zich door Gavere en Zulte (dat onderweg gebrandschat werd) om een belegering van het kasteel van Deinze te voorkomen

BEVEREN BELEGERD – Ondertussen speelden zich ook in het noordoosten van het graafschap belangrijke gebeurtenissen af. Tussen Jorg van Gent en Joris van Beveren werden onderhandelingen opgestart. Het blijft evenwel onduidelijk of het hier om ernstige gesprekken ging, dan wel om een list van beide heren om de tegenpartij om de tuin te leiden. Toen de Heer van Beveren zijn leger vanuit Moerbeke naar een kampement nabij Dendermonde voerde, zagen de Gentenaars de kans voor een bliksemoffensief. Vanuit Aksel viel het gevreesde Gentse leger Hulst binnen en rukte op naar Beveren. Beide lenen werden gebrandschat. De Heer van Beveren was duidelijk verrast door het tijdstip en de omvang van het Gentse offensief. Hij verzamelde zijn troepen en rukte op naar Beveren om de inname van zijn familiekasteel te vermijden. Eerder dan rechtstreeks naar Beveren op te marcheren, manoevreerde hij naar een positie van waaruit hij de Gentse aanvoerlinies kon bedreigen.

DE SLAG BIJ BEVEREN – Op 4 mei verzamelde Jorg zijn troepen om het leger van de Heer van Beveren aan te vallen en meteen de machtsstrijd over de controle over het Waasland te beslechten. De bisschop van Gent kwam de Gentse troepen zegenen. Het Beverse en het Gentse leger stonden als volgt opgesteld:

De Lalaing                        Maarten t Zwyn            Beverse milities

Engelse Compagnie        Blauwe Compagnie    Bombarden    Gentse militie

De Gentse hoofdaanval werd uitgevoerd door de Engelse en de Blauwe compagnie die contact maakten met de Beverse rechtervleugel. Alhoewel ze veel slachtoffers maakten, slaagden de aanvallers er niet in om de vijandelijke linies te doorbreken. De Gentse militie rukte maar heel langzaam op en speelde bijgevolg een geringe rol in de slag. Rond zes uur ‘s avonds maakte een plots onweer een einde aan de gevechten. Het Gentse leger, gedesillusioneerd door de geringe successen ondanks de harde gevechten, verloor zijn samenhang. De Engelsen gingen aan het plunderen en verschillende militie-eenheden gingen naar huis. Jorg van Gent besloot zich in het Gravensteen terug te trekken en de verdere gebeurtenissen af te wachten. De Heer van Beveren triomfeerde!

DE SLAG BIJ DEINZE – Nauwelijks drie dagen later, op 7 mei, werd er slag geleverd door de troepen van de Bourgondische en de Franse partij. De Heer van Deinze, gesteund door de Brugse stadsmilities, de Heer van Aalst en de Bisschop van Gent (na diens onverwacht snelle vertrek uit Beveren) trachtten er de belegering van het kasteel van Deinze door de troepen van Kassel en Rumbeke te doorbreken. De belegeraars vormden een gevechtslinie met het kasteel op hun rechterflank. Hieronder de opstelling van het leger van Walter van Kassel, en van zijn tegenstanders:

Kasteel        Bombarden Sauvage     Heerban van Kassel    Bombarden Tonerre    Compagnie Mixte    Ruiterij

Ruiterij    Heerban Aalst  Heerban Deinze & Brugge   Welshe boogschutters    Duitse Compagnie

Deze slag werd geopend door de Welshe boogschutters van Sir Pembroke en de Duitse compagnie van Ritter vom Fass. De Duitsers en de Companie Mixte van Alonso di Medici leden ontstellende verliezen in hun onderlinge gevechten. De Duitsers leken door te breken, maar een aanval van de ruiterij onder persoonlijke aanvoering van Willem van Rumbeke stabiliseerde de lijn. Op de andere flank had de ruiterij de bombarden onder de voet gelopen. Hier was het persoonlijk ingrijpen van Walter de Kat en Pierre Sauvage noodzakelijk om de vijand terug te slaan. De troepen van Deinze roken de overwinning en stormden verder vooruit. Ze konden evenwel nergens nog doorbreken en leden steeds hogere verliezen. Een charge van Walter de Kat en zijn Bereden Lijfwacht brak de linkervleugel van de troepen van Deinze. Er ontstond paniek. De heerban van Aalst en Deinze verliet het slagveld. De meeste Duitsers en Welshmen waren gesneuveld, en Ritter vom Fass was gevangen. De heer van Deinze en Barteld van Brugge dienden hun nederlaag te erkennen.

De Heer van Kassel triomfeerde: “We hebben de heren van collaborateurs met de Bourgondische verraders bij Deinze eventjes een pandoering verkocht die ze nog lang gaan onthouden. De bisschop van Gent is krijgsgevangen gemaakt en wordt als wraak voor de honderden katten die vermoord zijn om reden van het door hem verspreide bijgeloof dat die diertjes des duivels zijn, behandeld zoals hij de katten behandeld heeft. Hij zal van het belfort naar beneden worden geworpen. Vive le Chat !!!”

INNAME VAN HET KASTEEL VAN DEINZE – De dag na de slag gaf het garnizoen van het kasteel van Deinze zich over. Walter de Kat maakte zijn triomfantelijke intrede en legde beslag op de schatkist. Mark werd afgezet als Heer van Deinze en Barteld werd uit Brugge verbannen.

HET LOT VAN DE BISSCHOP – De Pauselijke Legaat stuurde een bericht naar Heer Walter de Kat, met de mededeling dat het bijzonder onverstandig zou zijn om S.E. de bisschop van Gent te executeren. De Heer van Kassel zou zich op die manier buiten de christenheid plaatsen, aldus het bericht. Walter de Kat reageerde laconiek: “Wie de bisschop wil, mag hem komen halen. Bezem en vuilblik meebrengen.” De bisschop werd van het belfort van Ieper naar beneden gegooid.

DE BELEGERING VAN HET KASTEEL VAN DENDERLEEUW – Het leger van de Heer van Beveren trok in juni van Beveren naar Dendermonde en van daaruit naar Aalst. Het platteland werd geplunderd. Heer Diederik had zich met enkele getrouwen in zijn kasteel in Denderleeuw verschanst. Hij was verzwakt door ziekte, maar had zich op een stoel laten vastbinden en bemande zo de kantelen. Aangezien het leger van Beveren over geen zware bombarden beschikte, gaf Diederik zichzelf een redelijke kans. Ultieme onderhandelingen leidden tot geen resultaat. Op een donkere oktobernacht wist een groep ridders met een touwladder de burcht evenwel binnen te dringen. De wachtposten werden overmeesterd en de poorten werden open gegooid, zodat de troepen van Beveren konden binnentrekken. Diederik, ondertussen hersteld van zijn ziekte, verweerde zich dapper maar stierf met het zwaard in de hand.

DE BELEGERING VAN GENT – De legers van Kassel en Rumbeke sloegen in juli het beleg voor de stad Gent, die in handen was van de mannen van Jorg en Heer Vincent van Lovendegem. De belegeraars beschikten wel over artillerie, maar door hevige regenbuien en een tijdelijk gebrek aan buskruit zaten de belegeraars dwars. In de herfst werd tot twee keer toe een bres in de muren geschoten, maar telkens sloegen de Gentse stadsmilities de aanvallers terug. In november brak er koorts uit in de rangen van de belegeraars. De huursoldaten maakten zich op om te vertrekken, zodat ze de winter in meer comfortabele omstandigheden konden doorbrengen. Op 24 november werd het beleg van Gent geheven en keerden Kassel en Rumbeke naar hun burchten terug. Walter de Kat was er niet in geslaagd om een voor het overige zeer succesvol jaar met de inname van Gent te bekronen.